• Adres Driedistellaan 7 | 2554 HN Den Haag
    Telefoon 06-51579951
    E-mail info@jcinteractive.nl
    Kvk 59 60 85 52

     

    Na elke finish

    volgt weer een nieuwe start

De financiële risico’s van verzuim

Verzuim geeft per definitie een hoop ongemak: werk dat blijft liggen of waarmee collega’s worden belast, afspraken die moeten worden afgezegd, klanten die het zonder hun contactpersoon moeten stellen, etc., etc. En niet in de laatste plaats is het ook een probleem voor de betrokkene zelf: ‘ziek zijn is niet fijn’.
Maar wat zijn de (maximale) financiële risico’s van verzuim die u als werkgever loopt? Dat is uiteraard per geval verschillend, maar daar is wel degelijk een goede indicatie van te geven.

De belangrijkste kosten worden gevormd door:

  • de loondoorbetaling;
  • kosten van re-integratie;
  • kosten van vervanging (inwerken, inhuur van uitzendkrachten, niet het loon zelf)
  • extra premiedruk ZW en WIA

Loondoorbetaling

U bent als werkgever verplicht om het loon maximaal 104 weken door te betalen. Wettelijk is dit 70% van het loon (maar ten minste het wettelijk minimum loon in het eerste ziektejaar). In de meeste cao’s of in de algemene arbeidsvoorwaarden van de werkgevers is dit percentage meestal verhoogd. In verschillende varianten komt het vaak neer op 170% over de volle periode van 104 weken. Bijvoorbeeld een aanvulling tot 100% in het eerste ziektejaar en de wettelijke 70% in het tweede ziektejaar.

Re-integratie en vervanging

U laat zich ondersteunen door een arbodienst waarmee u een contract heeft gesloten. De kosten daarvan liggen meestal vast in een contract – op basis van een vast tarief per werknemer per jaar of op verrichtingenbasis. Overigens moeten sinds 1 juli 2018 alle lopende contracten minimaal voldoen aan de strengere wettelijke eisen. Maar naast de kosten van een dergelijk contract zullen er extra kosten zijn voor activiteiten die niet in het contract zijn begrepen. Bijvoorbeeld de kosten van een arbeidskundig onderzoek, een deskundigenoordeel, een ingeschakeld re-integratiebedrijf of een omscholing.

Bij langdurig verzuim is vervanging noodzakelijk en dat kost bijna altijd extra geld. Zolang terugkeer in het eigen werk van de verzuimende werknemer mogelijk blijft, zal deze vervanging tijdelijk zijn. Met name zal dat vaak in het eerste ziektejaar het geval zijn. Deze extra kosten van vervanging bestaan onder andere uit het werven en inwerken van een nieuwe kracht en/of de marge van het uitzendbureau bij het inhuren van een uitzendkracht.

Loonsanctie UWV

Heeft u volgens het UWV niet adequaat gere-integreerd in de eerste 104 weken? Dan betaalt u het loon verplicht nog een tijd door totdat uw re-integratieplannen (het zogenaamde herstelplan) alsnog akkoord worden bevonden. UWV heeft daarna nog 3 weken nodig om het herstelplan te beoordelen en vervolgens (bij goedkeuring) nog 6 weken om de WIA-aanvraag af te handelen. Gedurende deze 9 weken moet u het loon blijven doorbetalen. Zonder een goedgekeurd herstelplan betaalt u nog maximaal 52 weken (70% van) het loon door.

Indicatie loonkosten zonder loonsanctie

(bedragen afgerond en incl. gemiddelde werkgeverslasten)

Wettelijk minimum loon 22 jaar en ouder Gemiddeld premieplichtig loon Maximum verzekerd loon (max. dagloon)
Loon 1e jaar (100%) € 25.000 € 40.000 € 65.000
Kosten vervanging € 2.500 € 4.000 € 6.500
Kosten re-integratie € 2.000 € 2.000 € 2.000
Loon 2e jaar (70%) € 17.500 € 28.000 € 45.500
Kosten re-integratie € 5.000 € 5.000 € 5.000
Totaal € 52.000 € 79.000 € 124.000

Indicatie loonkosten met (maximale) loonsanctie

(bedragen afgerond en incl. gemiddelde werkgeverslasten)

Wettelijk minimum loon 22 jaar en ouder Gemiddeld premieplichtig loon Maximum verzekerd loon (max. dagloon)
Loon 1e jaar (100%) € 25.000 € 40.000 € 65.000
Kosten vervanging € 2.500 € 4.000 € 6.500
Kosten re-integratie € 2.000 € 2.000 € 2.000
Loon 2e jaar (70%) € 18.000 € 28.000 € 45.500
Kosten re-integratie € 5.000 € 5.000 € 5.000
Loonsanctie (70%) € 18.000 € 28.000 € 45.500
Kosten re-integratie € 5.000 € 5.000 € 5.000
Totaal € 75.000 € 112.000 € 174.500

Wijzigingen WGA (vanaf 1 januari 2017)

Met ingang van 1 januari 2017 is WGA op veel onderdelen gewijzigd. Zo is het eerder onderscheid tussen vast en flex verdwenen en is ook de berekeningsmethodiek gewijzigd. In plaats van het omslagstelsel worden bij de overstap van privaat naar publiek alle toerekenbare WGA-lasten (dit zijn de lopende WGA-uitkeringen en eventueel toekomstige WGA-uitkeringen van al zieke werknemers op het moment van de overstap) meegenomen. Dit zogenaamde inlooprisico wordt in de premie berekend, ondanks dat het risico van de nog lopende gevallen (de staartlasten) bij de private verzekeraar achterblijft. Daardoor wordt de publieke premie hoger dan nodig is voor de dekking van de uitkeringslasten. De reserves die daarmee worden opgebouwd, worden weer benut voor de financiering van de staartlasten bij de overstap van publiek naar privaat.

Noot
Was u al voor 2016 publiek verzekerd en wilt u dat blijven, dan blijft de oude berekeningsmethodiek van de WGA-premie (dus volgens het omslagstelsel) ongewijzigd van toepassing. Dit heet de eerbiedigende werking.

Wordt u eigenrisicodrager WGA, dan blijven de staartlasten (dit zijn alle lopende WGA-uitkeringen van de laatste tien jaar en eventueel toekomstige WGA-uitkeringen van al zieke werknemers op het moment van de overstap) achter bij het UWV. De verzekeraar hoeft dat dus niet te verzekeren. De verzekeraar zal bij de vaststelling van de premiehoogte uiteraard wel kijken naar uw risicoprofiel.

De huidige berekeningsmethodiek is relevant voor u als u een (middel)grote werkgever bent. U wordt in 2018 als grote werkgever gezien als u in het refertejaar 2016 een bruto loonsom had van € 3.280.000 of meer. U wordt als middelgrote werkgever gezien als uw bruto loonsom in 2016 tussen de € 328.000 en de € 3.280.000 lag.

Bent u een kleine werkgever (loonsom in 2016 van € 328.000 of minder) en bent en blijft u publiek verzekerd, dan betaalt u onveranderd de sectorale premie.

Individuele premies ZW en WGA per 1 januari 2018

De individuele ZW-premie kent een minimum en een maximum.
De minimumpremie in 2018 is 0.10%
De maximumpremie in 2018 is 1.64% ¹
¹ Voor de sector 52 Uitzendbedrijven geldt een afwijkende maximumpremie van 8.03%.

De individuele WGA-premie kent een minimum en een maximum.
De minimumpremie in 2018 is 0.18%.
De maximumpremie in 2018 is 3.00%.¹
¹ Voor de sector 52 Uitzendbedrijven geldt m.i.v. 2017 geen afwijkende (hogere) maximumpremie meer.